woensdag 1 maart 2017

Journalistiek: Wie alleen een hamer heeft…, ziet overal spijkers

Op 15 februari 2017 publiceerde Nieuwe Revu een artikel van Sam Gerrits: Is het echt zo erg in Groningen, of moeten ze stoppen met zeuren?
op 17 februari werd e.e.a. herplaatst als: Aardgas in Groningen: alles over een scheet van 1500 km² (=> km³)

Op het eerste gezicht best een aardig artikel van een journalist/aardwetenschapper die z’n nieuwsgierigheid niet kan bedwingen en zelf op onderzoek uitgaat om in Noord-Groningen met eigen ogen te gaan zien of het allemaal zo erg wel (niet) is. 
Vandaar dus de kop op de website van Nieuwe-Revue: Is het echt zo erg in Groningen, of moeten ze stoppen met zeuren?


Maar al na een paar zinnen begint het artikel te knagen. 
Wat je leest ademt een tendentieuze teneur die naar opgeklopte sensatie-zucht riekt, om die vervolgens met geveinsde objectiviteit, de schrijver is immers 'aardwetenschapper', te ontrafelen, te ontzenuwen en daarmee dus voor eens en voor altijd alle 'fabeltjes' en 'overdreven-verhalen' (omtrent het Aardgas-Debacle) netjes en voorgoed de kop in te drukken.
We (wij Groningers) zeuren dan misschien wel niet..., maar we moeten ook niet overdrijven...;
De boel staat hier echt niet op instorten en voorzover dat wel het geval zou zijn ligt het eigenlijk aan ons zelf en aan de slechte kwaliteit van bouwen op (te) slappe bodem die, zoals je in ons ’polderlandschap’ zou kunnen verwachten voornamelijk onderhevig is aan uitdroging.
Geen wonder dus dat er hier gebouwschade optreedt, en die bevinkjes dragen daar eigenlijk niet veel aan bij; voor echte bevingsschade moet je naar Nepal, Costa-Rica of andere gebieden waar echte zware aardbevingen plaatsvinden.
De schrijver heeft wel enige 'clementie' met 'ons-Groningers', niet vanwege de schade, maar vanwege het het feit dat de revenuen van de gaswinning in te geringe mate aan 'ons-Groningers’ ten goede zijn gekomen; Da’s best 'lief' van de schrijver, maar we schieten er niets mee op. en ’t gaat voorbij aan het werkelijke probleem hier.


Wat is er mis met ’t artikel:
t Artikel lijkt (bewust) voorbij te gaan aan
  • de invloed van zeer ondiepe hypocentra (of waarschijnlijk meer to-the-point 'hypolineae')
  • de ook grote schade aan gebouwen op 'stevig' zand
  • dat er al veel meer gas is gewonnen dan de beweerde 15km³ (≤2015 ruim meer dan 21km³)
  • de noodzaak van peilaanpassingen als (direct) gevolg van de door gaswinning veroorzaakte (versterkte) bodemdaling
  • dat zachte mortels wel eens de (tijdelijke) redding zouden kunnen zijn geweest voor al die oude gebouwen omdat ze daardoor makkelijker meebuigen i.p.v. te breken en te scheuren van  zoals bij 't gebruik van (steenbrekende) moderne portland-mortels
  • verder maakt hij een rommeltje van de schaal van Richter waar hij juist claimt de boel meer in een juist perspectief te willen zien.
    • de Schrijver maakt een rare rekenfout waarbij hij stelt dat een beving met Mn 5,8 Richter (Roermond 1992) grofweg 20x zo zwaar zou zijn dan een beving van Mn 4,5 Richter, volgens hem de zwaarst te verwachten beving in het Groningse...;
      In werkelijkheid is een beving van Mn 5,8 ruim 89x zo zwaar/krachtig/energierijk als een beving van Mn 4,5.
      Dat volgens sommige rapporten hier rekening moet worden gehouden met een beving van maximaal Mn 5,3-5,4, daar gaat de schrijver gemakshalve maar even aan voorbij; en dus ook dat een dergelijk krachtiger beving 'slechts' een factor 6-8 lichter zou zijn dan die veel diepere beving van Roermond.
       

Zo kunnen we natuurlijk nog wel even doorgaan...
De schrijver heeft natuurijk gelijk dat
  • de stad Groningen niet direct op instorten staat (maar er is ook daar flinke schade)…;
  • de situatie hier (in het Groningse) echt niet 1-op-1 vergelijkbaar (laat staan gelijk) is aan gebieden met hevige tektonische bevingen zoals bijvoorbeeld in Nepal, Nieuw-Zeeland of Italië.
  • dat een beving van Mn 3,6 (Richter) minder krachtig is, minder energie bevat dan een bijna 2000 maal energierijkere/krachtigere beving van Mn 5,8.

Maar dat maakt t er hier op de Gronigse zand- klei- en veen-gronden allemaal niet minder erg om?
Eeuwenoud cultuurgoed, erfgoed behorend tot het oudste in ons land, wordt sinds een halve eeuw ernstiger beschadigd dan in de (niet zelden vele) eeuwen ervoor. 
Maar ook 'degelijk’ modern gefundeerde nieuwbouw van (ver) na de Oorlog kraakt en scheurt in al haar voegen, zowel op de z.g. 'slappe' klei- en veen-gronden als op het stevige zand van pleistocene opduikingen in het gebied.
De reden kennen we inmiddels allemaal, zelfs al weten en snappen we er soms het fijne niet echt van. Het is mijnbouwschade als gevolg van  de gaswinning. De aardbevingen zijn slechts het voelbare en aanwijsbare topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

— Mijnbouwschade ——
De Wet is vrij duidelijk over mijnbouwschade:
Kort gezegd moet de mijnbouwer zorgen voor een veilig verloop van de winning en tevens (voorzover enigszins mogelijk) voorkomen dat er schade ontstaat als gevolg van zijn mijnbouwactiviteiten; Ontstaat er dan alsnog schade dan moet deze geheel worden vergoed.

In principe moet dus mijnbouwschade, let wel alle mijnbouwschade, gewoon worden vergoed, en dat ongeacht de aard en staat van het gebouwde (zeker voorzover de bouwer geen rekening kon/mocht/moest houden met de, veelal nog onbekende, effecten van [toekomstige]  mijnbouw); zowel door mijnbouw veroorzaakte als verergerde schade is mijnbouwschade en moet dus geheel worden vergoed.

M.a.w.:
Als de NAM/EBN hun huiswerk destijds (1959-1963) goed hadden gedaan, hadden 'ze' niet eens mogen beginnen met winnen voordat gebleken was dat dat zonder schade zou kunnen danwel dat voorafgaand aan de winning alle benodigde compenserende maatregelen waren genomen om schade te voorkomen. 
Men had dus vooraf moeten versterken en niet zoals nu, halfslachtig en achteraf.

 Wie alleen een hamer heeft…, ziet overal spijkers 
Wat ’t wel erger maakt is dat 'aardwetenschappers' zoals in dit geval onze' gewraakte schrijver Sam Gerrits, blijkbaar een blinde vlek hebben voor wat hier werkelijk gebeurd.
Zodra er één reden ('slappe-grond') is gevonden die in elk geval een deel van de schade zou kunnen verklaren wordt die steeds, vaak bijna als zaligmakend, vol omarmd als zou dat (veronderstelde) feit ofwel voor het gehele gebied gelden danwel allesverklarend zijn voor alle vormen van als mijnbouwschade geclaimde schades.
Vaak lijkt zon vondst ook te kunnen worden aangedragen als verzachtende omstandigheid voor wat hier door de NAM en EBN wordt aangericht, en daarmee bij te dragen aan de onderbouwing van de afwijzing van (blijkbaar abusievelijk?) geclaimde mijnbouwschades. 
Dat zaken in werkelijkheid wat complexer liggen omdat in het gebied
  • een zeer grote verscheidenheid aan bodemgestelheden voorkomt;
  • schade niet uniek wordt veroorzaakt door…
    • gasbevingen,
    • zoutbevingen,
    • uniforme gelijkmatige en geleidelijke bodemdaling,
    • ongelijkmatige zettingen,
    • door gaswinning noodzakelijk geworden peilaanpassingen van polderpeilen, etc.,
    • tijdelijk draagkrachtverlies van bodemlagen door (mogelijk bevingsgerelateerde) verschijnselen van liquefactie;
  • schades vaak juist het gevolg zijn van een complex van o.a. bovenstaand genoemde factoren 


— Bevingen in en boven het reservoirgesteente —
Het reservoirgesteente bevind zich op relatief geringe diepte (c.a. 2800m) door de gaswinning neemt de 'gesteente-ondersteunende gasdruk gedurig af (1959 ≥347bar, heden c.a. 60-80bar) met gesteente-compactie (bodemvolumeverlies) tot gevolg…;
Het resulterende bodemvolumeverlies t/m 2015 (>50 jaar) was ruim 90-miljoen m³. 
Door de afnemende druk vertoont dit bodemvolumeverlies een progressief karakter per gewonnen Nm³  gas. 
De verwachting is dat tot het eind van de winning (2035-2050) het bodemvolumeverlies grofweg zal verdrievoudigen (in c.a. 20-35jaar) tot c.a. 280-miljoen m³.
Met het steeds progressiever verloop van het door gaswinning veroorzaakte bodemvolumeverlies neemt de kans op seismische activiteit ook navenant toe en kan alleen min of meer worden gecontroleerd door een veel strikter (dan nu) handhaven van drukegalisatie tussen de verschillende delen van het veld. Desondanks zullen er steeds weer en waarschijnlijk meer bevingen plaatsvinden dor zettingen op de diverse breukvlakken in het veld. Dat betekent dat er bevingen zullen plaatsvinden zowel in het reservoirgesteente als in de daarboven gelegen lagen zoutlagen en de daarop liggende lagen krijt, kleisteen en zandsteen.
Dat betekent ook dat vrijwel alle bevingen zeer ondiep zijn met hypocentra/hypolinieae ≤3000m (tektonische bevingen vinden op veel grotere diepten, 5-30km, plaats).
De bevingen die plaatsvinden in het reservoirgesteente zijn zo mogelijk nog het minst schadelijk doordat veel van de energie door de bovenliggende zoutlaag zal worden gedempt/geabsorbeerd. Voor bevingen in of boven het zout is echter zelfs een beving van relatief geringe energie al goed merkbaar aan de oppervlakte Dit is deels te verklaren door veelvuldige weerkaatsingen maar ook door de verschillende snelheid waarmee de golven door de verschillende gesteentelagen lopen alvorens zich langs de oppervlakte te verplaatsen. Het is niet zeldzaam dat de zelfde bevingen meermaals door een pand loopt. 
De uitwerking van dergelijke bevingen is bovendien relatief groot doordat de vrijkomende energie slechts een korte weg heeft af teleggen tot het aardoppervlak om zich daarna over relatief klein gebied geconcentreerd tot uitwerking te komen.

— Groningen is niet één grote polder —
De bodemgesteldheid van/boven het gaswinningsgebied van o.a. het Groningen-Veld (Gasveld Slochteren) is allesbehalve uniform. Het is is zowel aan het oppervlak als in de sedimentaire opbouw een lappendeken van grond- en gesteente-soorten van verschillende geologische ouderdom. Lang niet overal bestaat het oppervlak uit (verpolderde) ontwaterde veene en (zee-)kleigronden. 
Het oude landschap wordt gekenmerkt door:
• z.g. 'wolddorpen’ voornamelijk op oude glaciale/pleistocene zand-ruggen/-opduikingen (woldruggen), 
• wierdendorpen op millennia-oude wierden/terpen in oude getijdengebieden, 
• dijkdorpen en polderkoloniën in de op de zee teruggewonnen Doldard- en Wadden-polders.
• lintbebouwingen langs veenkanalen in de (oude) veenkoloniën

— Niet alles is slappe grond —
De Schrijver beweert niet enkel dat het hier één grote polder is, hij meent ook nog eens te weten dat hier alles gebouwd is op z.g. slappe grond. En die veronderstelde alles bepalende gebiedsomvattende bodemgesteldheid zou bovendien nog eens verergerd worden door de verdroging die hand in hand zou gaan met het feit dat het allemaal één groot polderlandschap en polders nou eenmaal worden bemalen en dus verdrogen.
Nu is het ontegenzeggelijk een reëel probleem dat poldergronden in het hele land meer en meer verdrogen door o.a. moderne vormen van bemaling en peilaanpassingen t.b.v. bewoning en landbouw, maar dat is hoogstens de helft van het verhaal en zeker niet de enige of zelfs hoofdoorzaak voor alle schade aan gebouwen en (landbouw)bgronden.

Uiteraard is de schrijver als verantwoord aardwetenschapper niet over één nacht ijs gegaan, hij heeft zich gedocumenteerd...
en komt voor de lezer op de proppen met een veel zeggend plaatje van TNO waarop de slappe gronden in Noord-Nederland de boventoon voeren, en dus ook onze regio boven het Groningse gasveld.


Maar het getoonde kaartje vertelt niet het hele verhaal. Niet alles wat op het kaartje slappe grond lijkt is daadwerkelijk slappe grond. In het Zuid-West'elijke deel van het gasveld, grofweg de regio Slochteren, Hoogezand-Sappemeer, Menterwolde en omgeving van Winschoten is het onder de arcering gewoon groen, 'stijve-grond' dus, stevig zand.
En de oude bebouwing in die regio liggen op z.g. pleistocene opduikingen, zandruggen, woldruggen. Bekijk het onderstaande meer gedetaileerde kaartje maar eens van de omgeving van Noordbroek. Daarop is duidelijk te zien dat vrijwel alle (oudere) dorpsbebouwing op de oude hoge en droge zandruggen/woldruggen liggen:



Maar dat kan de schrijver niet echt interesseren, hij heeft zijn oorzaak van de schade gevonden:
Geen Mijnbouwschade maar schade als gevolg van de slappe grond in een steeds verder verdrogen polderlandschap. De bevinkjes die het land zichtbaar deden golven zijn slechts een bijkomend probleem dat de schade misschien wel verergerd; Kijk maar naar de stad Groningen (op stijve grond gebouwd), daar is volgens hem minimaal.
Of dat echt zo is en of die geringe mate van schade ook geldt voor de op 'stijve gronden' gebouwde huizen/boerderijen/kerken,/gebouwen op de woldruggen lijkt hem niet echt te interesseren. Desgevraagd ontkent hij zelfs met zoveel woorden dat er ook daar veel schade is; Je moet maar durven...


— Grondwaterhuishouding in Groningen —
Het gaswinningsgebied Groningen-veld mag dan niet één groot polderlandschap zijn, het kent wel een lange geschiedenis van polder-vesten en zijl-vesten die vrij recentelijk allemaal zijn opgegaan in de huidige twee waterschappen die in de Provincie Groningen onderling gescheiden worden door het Eemskanaal.
De grondwaterhuishouding binnen de waterschappen is op z’n minst complex te noemen; niet in het minst omdat door de door gaswinning veroorzaakte bodemdaling steeds weer grotere en kleinere peilaanpassingen voor relatief grote gebieden moeten worden doorgevoerd. Deze opgave komt feitelijk bovenop de landelijke trend van grotere peilgebieden en er en der wenselijk lagere polderpeilen voor landbouw en bewoning. Maar waar Nederland al decennialang grotendeels verdroogt, is en blijft het in ’t Groningse steeds vechten tegen stijgend water. Vele kelderbezitters van oudere huizen kunnen ervan getuigen dat vroeger het hele jaar door droogstaande kelders steeds vaker wekenlang te kampen hebben met opkomend water.

Daarnaast moeten de waterschappen ook nog eens extra oppassen met het te sterk ontwateren van polders omdat het niet denkbeeldig is dat anders zowel binnendijken (zoals bijvoorbeeld langs het Eemskanaal) als zeedijken door wateringressie los komen, gaan drijven en landinwaarts getild worden. (Dat fenomeen is op zich iets nieuws het is o.a. de wetenschappelijke verklaring voor de relatief snelle dijkdoorbraken op verschillende plaatsen in Zeeland in 1953, de dijken werden als het ware opgetild door zeewateringressie om vervolgens door de beukende watermassa een stukje landinwaarts te worden gedreven met een dijkscheuring/doorbraak tot gevolg). 

De suggestie van Sam Gerrits (o.a. in aanvullend Twitter-kommentaar op zijn artikel) dat...
verdroging door ontwatering en bemaling van al dat polderlandschap kan/zou-kunnen verklaren dat relatief dunne, (slechts enkel meters dikke) op veen en of klei liggende zandruggen minder stabiel zouden zijn geworden...,
is een verklaring uit het ongerijmde; het zou betekenen dat de ontwatering het grondwaterpeil veel verder zou moeten terugdringen (vele meters onder het maaiveld) dan hier ook maar ergens gebruikelijk is.
Dat ontwatering en bemaling van invloed zijn op de naar water snakkende draagkrachtverliezende boven de grondwaterspiegel liggende klei- en veen-lagen (en mogelijk daarop liggende terpen en wierden) is daarmee dus nog geen verklaring voor mogelijk draagkrachtverlies van zandruggen die dieper rijken dat de grondwaterspiegel van het omliggende polder-landschap van klei- en veen-gronden.    

— Wolden en Wierden —
De oudste bebouwingen zijn te vinden op zowel de eeuwenoude/milleninnia oude wierden als de nog veel oudere woldruggen.
Even aannemende dat het ontstaan van terpdorpen de meeste Nederlanders wel enigszins bekend zal zijn beperk ik me hier even tot de kenmerken van de wolddorpen.

— Wolddorpen —
Het woord 'wold(e)' in het Oud-Fries betekent zoveel als: hoger gelegen (licht beboste) droge grond.
Deze wolden waren dus juist de op stevige zandopduikingen bosjes in het omringende (hoog)veengebied. Dat hoogveen lag op de lager gelegen datzelfde zand (waardoor zich daar in kleine poelen en meertjes hoogveen kon ontwikkelen). 
In het omringende veengebied waren de wolden/woldruggen dus de aangewezen plek om te bouwen; Stevige en droge zandgronden waarop  de aanwezige bomen prachtig bouwmateriaal leverden voor huizen en schuren.
In de loop van de eeuwen zijn zo langgerekte dorpen ontstaan als Kropswolde en Hooge-Zand en natuurlijk het min of meer aaneengesloten 'Lint’ van Harkstede-Kolham-Slochteren-Schldwolde-Hellum-Siddeburen, Zuid- en Noordbroek, Muntendam, Meeden-Westerlee-Heiligerlee, Eexta-Scheemda-Midwolde-Oostwolde-Finsterwolde-Beerta en daarmee de enige ’s zomers als ’s winters enigszins begaanbare landroutes van Groningen naar Oostfriesland.

Men kon er op staal bouwen en de meeste oude (vaak deels onderkelderde) huizen, boerderijen en kerken hebben dan ook vaak zware gemetselde fundamenten die niet zelden (vele) honderden (tot bijna duizend jaar) jaren oud zijn. In al die tijd zijn daar, na mogelijk initiële zettingen direct na de bouw, geen noemenswaardige zettingen opgetreden ook niet toen het omringende land door Dollardvloeden werd overstroomt en vervolgens (met verse zeeklei verrijkt) weer werd ingepolderd. Het enige wat daar verandering in bracht was de gaswinning en mogelijk/waarschijnlijk de daardoor benodigde peilaanpassingen.

Met de gaswinning kwam (verondersteld gelijkmatige) bodemdaling en zeker sinds (30 maart) 1976 af en toe een relatief zware beving die aanvankelijk niet als zodanig werden geregistreerd maar afgedaan als een onbekend verschijnsel dat niets met de gaswinning te maken kon hebben.
'Gelukkig' voor de zuidelijker wolddorpen verplaatste de winning zich (na het recordjaar 1975-’76) zich meer en meer ook in Noordelijker richting naar de regio rond Loppersum, daardoor is waarschijnlijk de regio rond tussen Hoogezand-Sappemeer, Slochteren, Noord- en Zuid-broek lange tijd ogenschijnlijk gespaard gebleven. Maar wie wat verder doorvraagd komt verhalen tegen van sind de jaren-’70 plotselinge zettingen en scheuren die eigelijk nauwelijks anders te verklaren zijn dan als gevolg van de gaswinning. Er zijn zelfs verscheidene zaken die eigenlijk alleen verklaard kunnen worden als zijnde het gevolg van bevingsgerelateerde liquefactie (o.a. zandfonteintjes).

En de schade in die echt op stevige zandgronden gebouwde huizen, boerderijen en kerken valt echt niet meer mee, zelfs niet in vergelijking tot de op de echt op slappe gronden gebouwde evenknieën rond Loppersum/Bedum etc..
Bovendien lijkt het erop dat sinds de gedeeltelijke productiestop (of liever productievermindering) rond Loppersum, het aantal schades rondom de oudste putclusters extra toeneemt, zeker na de daar zeer goed voelbare bevingen van Hellum (30-09-2015) en de als onverklaarbaar zwaar gevoelde donderslag gevoelde beving van Froombosch (24-02-2016)
Inmiddels hebben ook hier alle (100%) Rijksmonumenten ernstige schade (van vaak vele tonnen in Euro, sommige eigenaren melden het niet eens meer omdat ze al moedeloos worden bij alleen al de gedachte aan alle zenuwslopende rompslomp die gevolg kan zijn van zo'n schademelding) die meestal niet of slechts zeer ten dele wordt erkend door NAM/CVW, hetzelfde lot geldt vele andere gebouwen van vergelijkbare ouderdom en monumentale waarde. Maar niet alleen oude gebouwen hebben dergelijke schades ook relatief jonge moderne en verondersteld degelijk gefundeerde bouwwerken hebben veel (niet erkende) schade. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de schade aan gebouwen die (net) buiten de z.g. contourlijnen liggen.

— Tot zover de huizen op stevig zand —
De schrijver heeft ook nogal wat aan te merken op de bouwkwaliteit van huizen elders in het gebied.
Zo zou men nergens hebben geheid, maar niets is minder waar, huizen die wel degelijk onderheid op structureel deugdelijke heipalen (zoals in Woldendorp en Wagenborgen) zijn total-loss, maar de NAM/CVW ontkent het verband met de gaswinning, terwijl die huizen er vaak bijna/meer-dan 100 jaar zonder enig probleem stonden voor de gaswinningsellende begon.

— Metselwerk en mortelkwaliteit —
En dan de compleet uit de lucht gegrepen opmerkingen over de kwaliteit van de gebruikte mortels.
Het zijn juist vaak de nieuwere/moderne hardere (trass en portland) mortels die tot extra schade leiden.
Dergelijke harde mortels bewegen niet mee en leiden zo eerder tot steenbreuk en voegbreuk (i.p.v. voeg-vervormingen).
Voor oudere gebouwen met langgestrekte muren zonder dilataties zijn dergelijk oude bewegelijke mortels (leem, schelpkalk) juist vaak de redding (iets wat elke restaurateur zal beamen).


Conclusie:
de schrijver… 
  • moet z’n niet onverdienstelijk onderzoek en werk toch tenminste gedeeltelijk overdoen;
  • moet zich beter/gedegener verdiepen in de zeer gevarieerde bodemopbouw van het gebied;
  • moet zich niet laten verleiden alles te wijten aan de z.g. polderproblematiek van slappe gronden die weliswaar voor een deel van het gebied gelden maar zeker niet voor het gehele gebied;
  • moet zich meer verdiepen in de diversiteit van schades en bouwtechnieken;
  • moet beseffen dat de betreffende schades, zowel door mijnbouw veroorzaakte als verergerde schades, gewoon allemaal mijnbouwschade is en dus als zodanig geheel moet worden hersteld en volledig moet worden vergoed; en dat zonder aftrek van kosten voor mogelijk achterstallig-onderhoud, nieuw-voor-oud-regelingen etc., etc..

Hier laat ik ’t maar even bij,
een vriendelijke groet,
Simon Koorn
Noordbroek

2 opmerkingen:

  1. Hoe gaat het straks bij de grootste Gasopslag Bergermeer in Alkmaar /Bergen?
    Hier wordt steeds meer doorgevooerd en zelfs gefracked!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De gasopslagen zijn een verhaal apart...

      kussenwerking
      Grijpskerk, Langelo en Bergermeer zijn een soort (zandsteen) kussens, waar min of meer nar believen gas ingepompt wordt (kussen wordt iets dikker) om gas op te slaan...
      en weer gas uit 'geperst' wordt als de vraag/prijs groot/goed is (kussen zakt weer wat in).

      compressoren en laag frequent geluid
      Van mensen uit de omgeving van Grijpskerk hoor je regelmatig verhalen (ondersteunt door metingen) dat het veld letterlijk beweegt, bovendien is er veel overlast van laag frequent geluid door het voortduren gebruik van (gigantische) compressoren.
      Ik kan me voorstellen dat die problematiek ook in Noord-Kennemerland speelt bij de Bergermeer.


      Fracking

      fracking zandsteen ≠ fracking schalie en/of kleisteen
      Dat er daar (en elders) vormen van fracking plaatsvinden is overigens niets nieuws; Volgens NAM-c.s. moet je bij dergelijke fracking-pratijken (in zandstenen reservoirgesteenten) daar ook niet gelijk denken aan de desastreuze gevolgen die fracking in schalie en kleisteen tot gevolg kan hebben.

      fracking in zandstenen reservoirgesteenten
      Zandsteen bestaat uit tot steenlagen samengeperst zand, dus in oorspronguit relatief grofkorrelig materiaal; er zit daardoor relatief veel loze ruimtes tussen al de samengeperste zandkorreltjes.
      De porositeit van zandsteen is daarmee veel groter/hoger dan die van schalie/kleisteen, het gas vloeit/verplaatst zich er dus redelijk gemakkelijk en snel doorheen; Het toegepaste fracking-proces zou alleen maar dienen om de als het ware snelle afvoerkanalen te maken zodat sneller gepompt kan worden.

      francking in schalie en kleisteen
      Schalie en kleisteen bestaan uit samengeperst superfijn zand (löss) en nog fijnkorreligermateriaal (klei); De poriën/loze rumte tussen al die kleine korrelttjes is daarmee veel kleiner dan bij zandsteen. Deze geringe porositeit was in het verleden aanleiding aan te nemen dat gas en olie in schalie- en kleisteen-lagen niet winbaar was.
      Fracking in schalie en kleisteen dient daarmee een ander doel; doordat porositeit van dergelijke gesteenten zo gering dat gas/olie in feite zit opgesloten of zich slechts zeer langzaam door het gesteente kan bewegen moet je het als het ware eerst bevrijden voor je het überhaupt.
      Fracking in schalie en kleisteen dient dus niet zozeer om gas/olie sneller te kunne oppompen , maar om dit überhaupt mogelijk te maken.
      De gebruikte frackingtechniek maakt dus niet zozeer snellere afvoerkanalen, maar in plaats daarvan wordt beoogd onnoemelijk veel kleine minuscule breukjes te maken in het gesteente zodat in de poriën opgesloten gas/olie alsnog wordt bevrijd.
      Gevaar van deze frackingtechniek is dat je kans lopt zoveel minibreukjes te maken dat je in feite de gesteentelaag zodanig beschadigt dat ie vroeger of later gewoon bezwijkt en dus z'n draagkracht (voor langere tijd) verliest. Dat maakt zulke gegfrackte lagen in hogemate instabiel en het zorgt gegarandeerd voor (grote) veranderingen in de grondwaterstromen in de betreffende gesteentelagen waarbij bovendien de lagen erboven en eronder grotergevaar lopen vervuild te raken met koolwaterstoffen.

      Vooralsnog wordt er in ons land niet in schalie/kleisteen gefracked...,
      mede omdat de te gebruiken technieken en gevolgen (te) risicovol zijn voor een zeer dichtbevolkt (westers) land als het onze.

      een vriendelijke groet,
      Simon Koorn

      Verwijderen